Voorwoord Joke Kaviaar

(Eerste woorden uitgesproken door Joke kaviaar in de rechtszaak op 8 januari, Haarlem, Meervoudige kamer)

Voordat er iemand vragen zal stellen, zal ik zeggen wat ik kwijt wil, hier en nu. Ik zal u zeggen dat ik Joke Kaviaar ben. Het is mijn openbaar schrijfsterpseudoniem, dus ik heb daar nooit een geheim van gemaakt, en ga daar ook nu niet aan beginnen. Ik gebruik mijn schrijven om bij te dragen aan de strijd tegen de migratiepolitiek, het kapitalisme, de wereldwijde vernietiging. Om mijn teksten ben ik hier gedagvaard, en dus is dit een politiek proces. Wat ik schrijf, dat is mijn mening. Ik moet die kunnen verwoorden hoe ik wil, en zoniet dan zal ik het toch doen.
Ik eis die verantwoordelijkheid en dat recht om stelling te nemen op. De verantwoordelijkheid om de dingen te zeggen en te publiceren die veel mensen niet durven zeggen of niet willen zeggen. De verantwoordelijkheid voor protest en verzet te nemen, dit in tegenstelling tot zwijgen en toezien en toestaan wat er gebeurt. Dus ja, ik ben Joke Kaviaar en dit moet gezegd en geschreven worden en ik eis dat recht op.

Ik sta achter mijn teksten, de inhoud, de harde woorden, het wakker schudden door provocatie, het stellen van de vraag waarom we zouden moeten tolereren dat de staat misdaden pleegt, waarmee ik bedoel de ‘systeemmisdaden’ tegen de menselijkheid, tegen vluchtelingen in het bijzonder, welke ik in mijn laatste woord nader uit de doeken zal doen, en die zoveel ernstiger zijn dan al waarvan ik hier wordt beschuldigd.

Het OM maakt van mijn teksten een strafbaar feit, mijn mening wordt aangevoerd als bewijs daarvan. De teksten zijn justitie, politie en AIVD overigens niet nieuw. Zij worden, zo blijkt uit de statistieken van mijn website, ook door hen al gelezen sinds het jaar 2004. Uit mijn teksten worden nu citaten gehaald die de vervolging dienen. Leest u vooral de hele tekst. Het zijn opinieartikelen, columns, radicale stellingen die het debat uit de sfeer van marginale discussie moeten halen, zodat we het niet meer hebben over meer of minder humaan opsluiten en deporteren, maar het probleem en de oorzaak van de migratiecontrole ter discussie stellen.

Dichterlijke vrijheid. Exceptio Artis. De vrijheid voor de opiniemaker om de dingen raak te zeggen, de waarheid aan het licht te brengen. Dit proces is bedoeld om dat te niet te doen, om de vrijheid van meningsuiting in te perken. Het is daarvoor ook een proefproces.

Ik ga niet in op vragen over de citaten, die in de tenlastelegging staan. Ik ga niet in op de juridische vraag hoe deze citaten, die uit hun verband gerukt zijn, bedoeld zijn. Die vraag dient slechts de veroordeling. Daar werk ik niet aan mee. Ik ga daarom over citaten geen uitspraken doen. Ik kan niet anders doen dan mijn mening nog eens in het laatste woord uit de doeken te doen, en dat zal ik ook doen. Mijn mening is mijn motivatie om te schrijven, en om in actie te komen. De teksten zijn een aanklacht, een aanval op de gevestigde orde, met woorden.

Het is aan de lezer om met de teksten te doen wat hij of zij wil. Ik bepaal de gevolgtrekking en conclusies van de lezer niet. Het zijn vogels die uitvliegen en op de hoofden van leiders, bazen en tirannen schijten en die voor anderen het symbool van de vrijheid kunnen zijn. Als justitie beslist de teksten te gebruiken om mij te vervolgen en andere mensen af te schrikken, dan doen ze hun best maar. Ik ga er niet bij helpen en het zal u niet lukken mij of anderen de mond te snoeren. Wilt u een veroordeling hier, dan doet u dat maar zonder mijn medewerking. Dit is een politiek proces. Het dient de afschrikking van mij en andere activisten. Het dient verdeel en heers. Het dient criminalisering. Het dient de staat die geen fundamentele kritiek kan verdragen.

Voor de juridische haarkloverij over de citaten, verwijs ik naar mijn raadsman. Voor het overige verwijs ik naar mijn laatste woord.

Joke Kaviaar, 8 januari 2013

1 thought on “Voorwoord Joke Kaviaar

  1. Pingback: Persbericht – Steungroep 13 September | Anarchist Black Cross Nijmegen

Comments are closed.