Verzet als plicht

Het is in Nederland nog steeds goed mogelijk om je leven met oogkleppen op te leven. Wanneer onrecht niet penetreert binnen de kring van gezin, school, werk, buurt, vrienden, sportclub, dan gaat het makkelijk je huis voorbij. Terwijl de hele wereld via digitale kanalen binnen handbereik is gekomen, lijkt de kring waar mensen zich verantwoordelijk voor voelen juist kleiner te worden. Bijgevolg is er steeds minder plaats voor fundamentele verhalen over maatschappelijke verandering, die enige decennia geleden veel breder voet aan de grond kregen.

Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Wie bijvoorbeeld het nieuws op het gebied van het Nederlandse migratiebeleid volgt, komt regelmatig verhalen tegen over buurten en scholen die in actie komen tegen de dreigende uitzetting van buurt- of klasgenoten. Dan komt het dichtbij, dan worden de gevolgen van het beleid tastbaar. De paradox doet zich echter voor dat dit zich vaak niet vertaalt in een algemenere kritische houding. De buurman moet blijven, maar andere illegaal gemaakten moeten nog steeds een enkele reis land van herkomst krijgen.

Een dergelijke houding getuigt niet alleen van de al genoemde ontideologisering, waarin specifieke gebeurtenissen beperkt blijven tot zichzelf en niet gekoppeld worden aan praktijk en beleid en theorie die dat niveau ontstijgen, maar ook van de neiging om gezag klakkeloos te gehoorzamen. In ieder geval in theorie, waarbij elke boete voor door rood licht rijden of het begaan van een snelheidsovertreding misschien wel als individueel onrecht tegenover een verdedigbare handeling wordt ervaren, maar die gehoorzaamheid als grondgedachte niet aan het wankelen brengt.

Ergens in dat geordende wereldje lopen dan ook nog wat ongehoorzaame, radicale gekken rond. Die geloven wel in de noodzaak van maatschappelijke verandering en de zaken in breed verband proberen te bezien. Die blokkeren en bezetten, knippen hekken door, luisteren niet naar politiebevelen, bekladden gebouwen, gooien verfbommen en steken een enkele keer iets in de fik. Ooit werd een deel van dit type activiteiten nog gezien als behorende bij de een beetje doorgeschoten vleugel van een veel grotere groep mensen die maatschappelijke verandering nastreefden. Tegenwoordig worden zij vooral weggezet als idioten of als een grote bedreiging, al naar gelang hetgeen dat op dat moment het beste uitkomt.

Toen ploegschaaractiviste Barbara Smedema een jaar of tien geleden in het praatprogramma Barend en Van Dorp uitlegde waarom zij communicatieschotels voor het gebruik van op vliegbasis Volkel geplaatste kernwapens kapot had geslagen, beperkte de reactie van een van de medegasten zich tot de zin: “Ik heb altijd van mijn moeder geleerd dat je geen dingen van anderen kapot mag maken.” Liever het risico de wereld te vernietigen met kernwapens, dan het almachtige eigendomsrecht aan te tasten.

Er is een totale wanverhouding tussen staat en individuen als het gaat om wat als normaal gedrag wordt beschouwd. Geen ‘normaal’ mens zou wegkomen met de misdaden die dag in dag uit door het staatsapparaat en mensen daarbinnen worden gepleegd, van ‘incidenten’ als het vermoorden van een ongewapende tiener door de politie tot structureel geweld zoals dat bijvoorbeeld vorm krijgt in het migratiebeleid. Toch zijn er maar heel weinig mensen die twijfelen aan het gezag van de staat en aan de juistheid van het bestaande systeem.

Een systeem waarin mensen met oogkleppen op nog altijd prima in welvaart kunnen leven, maar dat tegelijkertijd die welvaart bouwt op de grootst mogelijke misdaden: de onderdrukking en uitbuiting van een groot deel van de wereldbevolking en de vernietiging van natuur en milieu. Het is in deze paradox dat verzet een plicht wordt.

De misdaden van het kapitalistische systeem zijn geen uitwassen, maar vormen de kern ervan. Het zijn die misdaden die het voortbestaan van het systeem garanderen, die de heersende elites in het zadel houden, en de rest van de wereldbevolking afwisselend pacificeert en onderdrukt. Noodzakelijke veranderingen zijn dan ook niet mogelijk binnen de grenzen van dit systeem, maar vragen om een totaal ander systeem, waarin solidariteit, vrijheid en humaniteit voorop staan.

“Regels zijn regels” is in deze context een levensgevaarlijk credo, omdat het de bevestiging van de huidige status-quo inhoudt en omdat het ervan uitgaat dat moreel handelen en de wet samenvallen. Iedereen met enig historisch besef kan op haar of zijn vingers natellen in wat voor wereld we geleefd hadden als mensen nooit in verzet waren gekomen. De afgelopen anderhalve eeuw moesten veel rechten voor veel mensen keihard bevochten worden. Aan de eeuwige dooddoener dat je alle ruimte hebt om verandering na te streven door te stemmen, smeekbedes te schrijven en petities op te stellen, hadden zij gelukkig geen boodschap. De heersende elites hebben nog nooit uit de goedheid van hun hart sociale vooruitgang teweeg gebracht. Ze hebben altijd toe moeten geven, vaak om te voorkomen dat het verzet een diepere laag kreeg en zich tegen het systeem waarin zij aan de macht zijn als zodanig ging keren.

Helaas ligt daarin ook de beperking van veel wat bereikt is. Het zijn altijd relatief minimale herschikkingen in de krachtenverhoudingen binnen de kapitalistische orde gebleven, die noodzakelijke veranderingen inhielden, maar nooit de kern van het systeem raakten. Een van de problemen daarbij is dat onderdrukking en uitbuiting vaak gewoon doorgeschoven kunnen worden richting een nieuwe groep, die nog lager op de maatschappelijke ladder staat.

Het systeem kent daarmee een dubbele set spelregels. In de eerste plaats dient men zich aan de wet te houden, de wet die uiteindelijk uitsluitend gericht is op het beschermen van het systeem en de posities van de economische en bestuurlijke elites daarbinnen. Juist daarom is er een vangnet van een tweede set meer verborgen spelregels: als de wet in de huidige vorm niet meer te handhaven is, zal die zo minimaal mogelijk aangepast worden om fundamenteler verzet in de kiem te smoren door het masker van schijndemocratie en ‘luisteren naar de wil van het volk’ op te zetten. Het is precies de overgang van de eerste naar de tweede set spelregels waar het concept van burgerlijke ongehoorzaamheid zich op richt: het streven naar ‘correcties’ van onrechtvaardige wetten binnen de grenzen van het systeem en de rechtstaat.

Het is ook nu weer onbetwistbaar dat burgerlijke ongehoorzaamheid noodzakelijke veranderingen heeft bewerkstelligt, maar het is van groot belang je wel te realiseren wat de grenzen ervan zijn. Zoals de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse schreef: “[…[ within a repressive society, even progressive movements threaten to turn into their opposite to the degree to which they accept the rules of the game. […] the exercise of political rights in a society of total administration serves to strengthen this administration by testifying to the existence of democratic liberties which, in reality, have changed their content and lost their effectiveness.” Want: “The tolerance which is the life element, the token of a free society, will never be the gift of the powers that be; it can, under the prevailing conditions of tyranny by the majority, only be won in the sustained effort of radical minorities, willing to break this tyranny and to work for the emergence of a free and sovereign majority – minorities intolerant, militantly intolerant and disobedient to the rules of behavior which tolerate destruction and suppression.”

Dit betekent niet dat protest binnen de grenzen van het huidige systeem zinloos is, want dat heeft wel degelijk een functie in het signaleren, vertalen en naar buiten brengen van onvrede, in het bieden van een opstapje voor mensen die net beginnen actief te worden en in het creëren van een omgeving die daadwerkelijk verzet ondersteuning biedt. Maar dat is niet genoeg: daadwerkelijke verandering moet buiten de systeemsgrenzen gezocht worden.

Dat is geen makkelijk verhaal en is ook geen makkelijke opgave, want het betekent dat je niet volgens de spelregels van het systeem kan werken. Het gaat niet om protest, waarvan je hoopt dat het gehoord wordt, maar om verzet, om het zelf in actie komen om dit systeem te vervangen door een menswaardiger alternatief. Wie een blik op alle ellende in de wereld werpt, kan alleen maar tot de conclusie komen dat werkelijk mens-zijn betekent dat je in verzet moet komen, dat daarin de enige kans en hoop op structurele verandering ligt.

Of verzet een plicht is dan ook geen juridische vraag. Ook daarover zou een heel betoog opgezet kunnen worden. Over de tribunalen van Neurenberg en Tokio bijvoorbeeld, waarin grenzen gesteld werden aan de plicht om te gehoorzamen en zelfs wordt uitgesproken dat mensen moeten doen wat binnen hun macht licht om oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid te voorkomen of te stoppen. Maar een juridische beoordeling kan nooit losbreken uit het bestaande systeem en kan daarmee, zelfs met alle goede wil van de wereld, niet in de volle breedte legitimiteit verlenen aan verzet, dat op menselijke en morele gronden nu juist noodzakelijk is.

Verzet is een plicht, maar die moet vorm krijgen in het handelen van mensen. En mensen zijn feilbaar en worden geteisterd door ego’s, emoties, inschattingsfouten en wat al niet meer. Mensen die in verzet komen zijn dan ook geen heiligen en hoeven niet vereerd te worden. In de strijd om een betere wereld worden grote fouten gemaakt, waar mensen natuurlijk op aangesproken moeten worden en waarover altijd gediscussieerd moet kunnen worden. Het zetten van de stap van gehoorzame burger naar iemand die in verzet komt is echter een noodzakelijke stap om als mens vooruit komen, om je eigen menselijkheid vorm te geven.

Als Joke Kaviaar op 8 januari 2013 voor moet komen wegens opruiing, dan is dat in feite omdat haar verweten wordt dat ze die stap gezet heeft en anderen oproept om dat ook te doen. Omdat ze afgeweken is van de geëigende paden, zich niet beperkt tot bidden en smeken en roepen om veranderingen binnen dit systeem, de bestaande wetten niet als maatstaf accepteert en de heersende elites het vuur aan de schenen legt.

De meervoudige kamer van de rechtbank in Haarlem zal de gewraakte teksten van Joke Kaviaar straks toetsen aan wetsartikelen en jurisprudentie en afwegingen maken over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Over de inhoud, de werkelijke inhoud van de teksten, zal door het OM en de rechters liever worden gezwegen. Het is niet het migratiebeleid wat beoordeeld moet worden, zo zal men zeggen, om te bepalen of verzet daartegen gerechtvaardigd zo niet geboden is, maar de enige vraag die er toe doet is die naar de mate waarin de teksten als opruiend gekwalificeerd moeten worden.

Immers, er zal, zoals bij elke vorm van politiek protest of politiek verzet, die buiten de ruimte van hetgeen door de elite toegestaan wordt treedt, getracht worden deze binnen de kaders van dit systeem te leiden en langs de mal van beoordeling aan de hand van de strafrechtelijke normen die vastgesteld zijn om dat systeem in stand te houden te leggen. Het systeem vervolgt en het systeem oordeelt. De juistheid van het bestaan en voortbestaan van dit systeem is tegelijkertijd ook de hypothetische imperatief waarop het oordeel gebaseerd wordt. En dat maakt zo’n oordeel noodzakelijkerwijs vooringenomen, iets anders is onmogelijk. Kortom: de wet is niet het juiste instrument om verzet te beoordelen.

De plicht om in verzet te komen tegen dit dodelijke systeem is geen plicht die bepaald wordt door de wet, het schild en zwaard van datzelfde systeem. Het is het streven naar een eerlijke, vrije, duurzame en humane wereld, het is de solidariteit met de onderdrukten en uitgebuitenen, waarin het verzet zijn legitimiteit en zijn grenzen vindt.

Luca Voorhorst

—-

Het proces tegen Joke Kaviaar vindt plaats op dinsdag 8 januari, vanaf 13.45 uur voor de meervoudige kamer van de rechtbank in Haarlem (Simon de Vrieshof 1)

Zie de website van de Steungroep 13 September: http://13-september.nl

En lees ook het artikel ‘‘Opruiing’, oftewel de subversieve kern van het vrije woord‘ van Peter Storm.

One thought on “Verzet als plicht

  1. Pingback: Persbericht – Steungroep 13 September | Anarchist Black Cross Nijmegen

Comments are closed.